De Zelfstandigenwet: wat verandert er voor zzp'ers vanaf 2028?

Bijgewerkt op 1 oktober 2026 · 6 min lezen

Op 1 oktober 2026 legde het kabinet de Zelfstandigenwet ter consultatie voor. Haal je twee toetsen, dan staat vooraf vast dat je geen werknemer bent. Wat die toetsen vragen, wat nog onbekend is, wat er tot 2028 geldt en wat je nu al kunt doen. Vooraf: dit is algemene uitleg van een wetsvoorstel, geen juridisch advies.

Waarom er een nieuwe wet komt

Al jaren is onduidelijk wanneer je als zzp'er mag werken en wanneer je eigenlijk een werknemer bent. Sinds de Belastingdienst in 2025 weer is gaan handhaven op schijnzelfstandigheid, zijn veel opdrachtgevers voorzichtig geworden: ze huren minder zzp'ers in, of alleen nog via een bemiddelaar. Het kabinet wil die onzekerheid wegnemen.

Het eerdere wetsvoorstel daarvoor, de VBAR, is in maart 2026 grotendeels ingetrokken. Het deel dat de criteria moest verduidelijken verdween; in de plaats daarvan komt de Zelfstandigenwet. Op 1 oktober 2026 is het voorstel in internetconsultatie gegaan. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028.

De kern: twee toetsen en een veilige haven

De wet introduceert twee toetsen. Haal je ze allebei, dan zit je in een veilige haven: dan staat vooraf vast dat er geen dienstverband is en kun je als zelfstandige werken, zonder dat je opdrachtgever een naheffing hoeft te vrezen.

  1. De zelfstandigentoets gaat over jou: ben je ondernemer?
  2. De werkrelatietoets gaat over de opdracht: werk je bij deze klant echt zelfstandig?

Haal je een van beide niet, dan mag je nog steeds als zzp'er werken. Je hebt dan alleen geen zekerheid vooraf, en dan gelden de bestaande regels en rechtspraak zoals nu. Volgens het onderzoek waarop het kabinet zich baseert, voldoet nu al twee derde tot drie kwart van de zzp'ers aan de criteria.

De zelfstandigentoets: ben je ondernemer?

Drie onderdelen:

  • De basis op orde. Een inschrijving bij de KVK, een btw-nummer, een zakelijke bankrekening, en je maakt zelf je facturen, met een betaaltermijn voor je klant. Betalingen aan derden doe je ook zelf.
  • Minstens drie opdrachtgevers in het lopende en het vorige kalenderjaar samen. Die klanten moeten "enige substantie" hebben in omzet: één grote klant met twee piepkleine schijnklanten ernaast telt niet. Werk je via een bemiddelaar, dan telt dat bureau als één opdrachtgever, ook als je via dat bureau bij meerdere organisaties werkt.
  • Een minimumbedrag aan voorzieningen per jaar tegen ondernemersrisico's. Denk aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering, een broodfonds, pensioenopbouw en een aansprakelijkheids-, bedrijfsschade- of rechtsbijstandsverzekering. Sparen in box 3 telt vooralsnog niet mee.

Er komt geen verklaring van de overheid, zoals vroeger de VAR. Je toont het zelf aan, of je laat een derde, zoals je accountant, een verklaring afgeven.

De werkrelatietoets: werk je zelfstandig bij deze klant?

Deze toets doe je per opdracht, samen met je opdrachtgever, en jullie leggen hem vast. Vier vragen:

  1. Willen jullie allebei geen dienstverband? Dat spreek je uitdrukkelijk af.
  2. Bepaal jij hoe je het werk doet? De opdrachtgever mag zeggen wat het resultaat moet zijn, niet hoe je daar komt. Regels die voor de hele sector gelden, zoals veiligheidsvoorschriften, mogen wel.
  3. Bepaal jij waar en wanneer je werkt? Uitzondering: werk dat aan een plek of tijd vastzit, zoals op een bouwplaats of tijdens openingstijden. Afspraken daarover mogen.
  4. Werk je voor eigen rekening en risico? Je levert een vooraf afgesproken resultaat, de gevolgen van efficiënt of inefficiënt werken liggen bij jou, en je draagt zelf het risico van aansprakelijkheid en meerwerk.

Een opdracht waarin je precies het takenpakket van een vertrokken werknemer overneemt, valt hier vrijwel zeker buiten.

Voor wie geldt de wet niet?

De wet gaat over situaties waarin twijfel kan bestaan. Niet bedoeld voor:

  • werk voor particulieren;
  • het verkopen van producten, zoals een webshop;
  • eenmalige, korte klussen zoals een advies, een lezing of een ontwerp.

De wet geldt volgens het kabinet ook voor wie via een eigen bv werkt. Juristen vinden dat nog omstreden. Een bv is in elk geval geen vrijbrief: ook met een bv kijkt men naar hoe er feitelijk gewerkt wordt. Wanneer een bv voor jou fiscaal interessant wordt, lees je in eenmanszaak of bv.

Wat er nog niet bekend is

  • Het bedrag aan voorzieningen. Minister Aartsen: het moet niet te veel zijn, maar ook geen wassen neus. Het kabinet denkt aan een vast bedrag, los van je omzet.
  • Wat "enige substantie" bij je drie klanten precies betekent.
  • Hoe het definitief wordt. Na de consultatie volgen de Raad van State, uitvoeringstoetsen van de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie, en in 2027 de Tweede en Eerste Kamer. Er kan dus nog veel veranderen.

Wat er tot 2028 geldt

De Zelfstandigenwet is nog geen wet. Tot die tijd geldt dit:

  • De handhaving loopt gewoon. In 2026 legt de Belastingdienst nog geen verzuimboetes op bij schijnzelfstandigheid, wel vergrijpboetes bij opzet of grove schuld. Vanaf 1 januari 2027 is ook die laatste versoepeling voorbij.
  • Het rechtsvermoeden gaat op 31 december 2026 in. Werk je voor minder dan ongeveer € 38 per uur (exclusief btw), dan kun je bij de rechter eenvoudiger afdwingen dat je als werknemer wordt behandeld. Je opdrachtgever moet dan bewijzen dat je echt zelfstandig bent. Alleen jijzelf of een vakbond kan zich hierop beroepen.

Meer over beide staat in schijnzelfstandigheid en de Wet DBA.

Wat je nu al kunt doen

Niets is verplicht, maar wie nu al naar de toetsen toewerkt, staat er in 2028 goed voor:

  • Spreid je klanten. Drie opdrachtgevers met echte omzet in twee jaar is straks de lat.
  • Werk op resultaat. Spreek een afgebakend resultaat af in plaats van alleen uren, en leg vast dat jij bepaalt hoe en wanneer je werkt.
  • Regel je voorzieningen. Een AOV of broodfonds, een aansprakelijkheidsverzekering en pensioenopbouw zijn sowieso verstandig, en tellen straks waarschijnlijk mee. Hoeveel je opzij kunt zetten, zie je met de jaarruimte-calculator.
  • Houd je basis op orde. Een zakelijke rekening, eigen facturen met een betaaltermijn en een nette administratie zijn straks geen formaliteit meer, maar bewijs.
  • Laat je mening horen. De internetconsultatie loopt tot en met 29 oktober 2026 op internetconsultatie.nl.

Je administratie als bewijs

Een groot deel van de zelfstandigentoets is straks gewoon je administratie: eigen facturen, een betaaltermijn per klant, omzet per opdrachtgever over twee jaar. In Finq zie je per klant wat je hebt gefactureerd, dus hoeveel opdrachtgevers je hebt en hoe je omzet over hen verdeeld is. Facturen, offertes, uren en kilometers zijn gratis.

Dit artikel beschrijft een wetsvoorstel zoals het op 1 oktober 2026 ter consultatie lag. De inhoud kan nog veranderen. Het is algemene uitleg, geen juridisch of fiscaal advies.

Bronnen: Rijksoverheid, nieuwsbericht "Zelfstandigenwet biedt meer duidelijkheid en erkenning voor zzp'ers" (1 oktober 2026); internetconsultatie.nl, wetsvoorstel Zelfstandigenwet; Belastingdienst, handhaving schijnzelfstandigheid 2026; Staatsblad, Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. Gecontroleerd op 1 oktober 2026.

Liever doen dan lezen?

Finq regelt je facturen, uren en btw-overzicht. Gratis beginnen, zonder betaalgegevens.